Tante Tiny's levensverhaal. |
||
| augustus 1944 kregen we ons eerste kind, een prachtige jongen. Hij maakte de ergste oorlogswinter 1944/1945 mee, maar hij kreeg borstvoeding en groeide alsof er geen honger en gebrek bestond. Ik was echter heel, heel zwak en eind 1945 werd ik ziek. De dokter constateerde tyfus. Ik werd onmiddellijk opgenomen in het Wilhelmina Gasthuis op de isolatie-afdeling voor besmettelijke ziektes. Ik lag op een grote zaal met ongeveer 30 ernstig zieke vrouwen en kinderen. Er lag ook een baby met hersenvliesontsteking die overleed, en drie andere vrouwen die ook overleden in de korte tijd dat ik hier lag. Vreemd genoeg greep dit me niet zo erg aan als het feit dat ik van de zaal af moest en werd verhuisd naar de zaal voor TBC-patiënten. Ik dacht toen echt dat ik hier nooit meer uit zou komen. De reden was echter dat een bekwame, jonge vrouwelijke arts had geconstateerd dat ik geen tyfus had, maar pleuritis interlobaris, zoals dat officieel heette. Ik bleef ongeveer 6 weken op deze afdeling en mocht toen naar huis onder voorwaarde dat ik voldoende zou rusten en mijn baby niet zou kussen omdat ik tuberculeus was. |
Dit was geen plezierige boodschap, maar ik was blij dat ik naar huis mocht en na een paar maanden van rust werd ik genezen verklaard maar... ik was vele kilo's zwaarder geworden en mijn kleren pasten me niet meer. De vijf jaren van de oorlog waren op z'n zachtst gezegd moeilijk. Dingen waarvan je dacht dat je er niet buiten kon werden schaars en voedsel ging op de bon. In het begin dachten wij dat dit niet lang kon duren, maar het ging maar door en geruchten waren troef. Er kwam een avondklok en radio's moesten worden ingeleverd. Onze radio werd weggehaald en verstopt in de fabriek, en Freek knutselde iets van ditjes en datjes zodat wij konden luisteren naar Radio Oranje via een koptelefoon. De bombardementsvluchten waren angstaanjagend. Op het werk bij Numan's Blikfabrieken moesten we bij elk luchtalarm naar de voorraadkelders. In het begin waren we vreselijk bang, maar geleidelijk aan raakten wij eraan gewend en luisterden wij naar de explosies om te horen of ze ver weg waren of dichtbij. De fabrieksmeisjes vonden het een welkome onderbreking van hun werk aan de machines en ze zongen liedjes terwijl ze op de cementen vloer |
|
| Page 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26
|
||